“MISSCHIEN KAN HET MORGEN OOK VOOR MIJ VOORBIJ ZIJN…” – Hugo Sigal breekt na dood van Margriet Hermans plots zijn stilte, maar vooral wat hij daarna beslist raakt recht in het hart

Hugo Sigal heeft de voorbije jaren geleerd hoe genadeloos snel een leven volledig kan veranderen.
Eerst verloor hij Nicole Josy, de vrouw met wie hij tientallen jaren niet alleen zijn privéleven, maar ook het podium en bijna zijn hele bestaan deelde.
En nu kwam ook het overlijden van Margriet Hermans opnieuw bijzonder hard binnen.
Niet omdat Hugo plots alle hoop verloren heeft.
Integendeel.
Het verlies lijkt hem juist tot één opvallend besluit te hebben gebracht.
Hij wil niet langer leven alsof er altijd nog een “later” zal zijn.
In een nieuwe aflevering van HLN Showbits spreekt de 78-jarige zanger opvallend open over ouder worden, zijn nieuwe leven in Antwerpen, Nicole die nog altijd dagelijks aanwezig voelt én de gedachte die na het overlijden van Margriet plots opnieuw door zijn hoofd schoot.
Want wanneer Hugo één zin uitspreekt, verandert de toon van het gesprek volledig:
“Misschien kan het mij ook overkomen, dat het ineens gedaan is.”
Een confronterende gedachte.
Maar wat hij daar onmiddellijk achteraan zegt, maakt duidelijk dat Hugo niet van plan is zich door die angst te laten verlammen.
De leegte na Nicole verdween nooit volledig
Het is inmiddels ongeveer drieënhalf jaar geleden dat Nicole Josy onverwacht overleed.
Voor Vlaanderen betekende haar dood het einde van een iconisch showbizzduo.
Voor Hugo betekende het iets veel fundamentelers.
Hij verloor zijn vrouw.
Zijn levenspartner.
De persoon met wie hij jarenlang wakker werd, thuiskwam, reisde, werkte, optrad en zijn dagelijkse leven deelde.
Plots was die vertrouwde aanwezigheid weg.
Een leegte die niet zomaar kan worden ingevuld.
Hugo heeft nooit gedaan alsof dat wel kon.
De afgelopen jaren probeerde hij stap voor stap opnieuw structuur te vinden.
Niet door Nicole achter zich te laten.
Maar door te leren hoe hij verder kon leven terwijl zij er niet meer fysiek was.
En precies dat verschil lijkt vandaag heel belangrijk.
Een nieuwe woning moest een nieuw hoofdstuk worden
Een van de grootste veranderingen was zijn verhuis.
Hugo woont tegenwoordig in een appartement in het centrum van Antwerpen.
Voor iemand die graag buitenkomt en contact zoekt met andere mensen bleek dat een bijzonder goede keuze.
“Ik kan alles te voet doen”, vertelt hij zichtbaar enthousiast.
Geen afgelegen woning waar stilte snel zwaar kan worden.
Maar winkels, straten, mensen en beweging vlakbij.
Hij heeft ondertussen ook een goede band opgebouwd met zijn nieuwe buren.
“Het klikt met iedereen.”
Het klinkt misschien als een klein detail.
Maar na jaren waarin verlies zo’n grote plaats in zijn leven innam, lijkt juist dat dagelijkse menselijke contact veel te betekenen.
Even een babbeltje.
Iemand tegenkomen in de gang.
De deur uitlopen zonder dat daarvoor een hele planning nodig is.
Voor Hugo lijkt zijn appartement veel meer geworden dan een nieuw adres.
Het is een plek waar hij opnieuw probeert te leven.
Maar wanneer hij de deur opent, is Nicole er nog altijd
Toch is er één gewoonte die hij weigert los te laten.
Telkens wanneer Hugo thuiskomt, zegt hij nog steeds dezelfde woorden:
“Hi sjoeke, ik ben thuis.”
Het was iets wat hij vroeger tegen Nicole zei.
En hij zegt het vandaag nog steeds.
Ook al komt er geen antwoord meer.
Juist dat kleine ritueel zegt misschien meer over zijn rouw dan lange interviews ooit zouden kunnen.
Want Hugo heeft een nieuw appartement.
Een nieuw dagelijks ritme.
Nieuwe buren.
Nieuwe plannen.
Maar sommige dingen verhuisden gewoon mee.
Nicole hoort daar blijkbaar bij.
Niet als iets waar hij voortdurend publiekelijk over moet praten.
Maar als iemand die nog altijd op een heel stille manier aanwezig is.
Eén eenvoudige zin die alles zegt
“Hi sjoeke, ik ben thuis.”
Voor buitenstaanders zijn het nauwelijks vijf woorden.
Voor Hugo zit er een heel leven in.
Jaren samen thuiskomen.
Een vertrouwde stem in huis.
Iemand aan wie je vertelt hoe je dag was.
En dan plots alleen nog stilte.
Toch blijft hij de zin uitspreken.
Misschien uit gewoonte.
Misschien uit liefde.
Misschien omdat sommige banden niet verdwijnen wanneer iemand sterft.
En toch weigert Hugo om van die herinneringen een gevangenis te maken.
Dat wordt duidelijk wanneer hij over de toekomst begint.
Bijna 80 – maar stoppen? Geen denken aan
Hugo Sigal is 78.
Volgend jaar wordt hij tachtig.
Voor veel mensen zou zo’n verjaardag aanleiding zijn om het rustiger aan te doen.
Niet voor Hugo.
“Volgend jaar word ik tachtig, maar dat doet mij niks”, zegt hij.
Hij voelt zich goed.
Hij is gezond.
En vooral: hij heeft nog plannen.
Heel veel plannen.
Zijn leeftijd lijkt voor hem steeds minder te draaien om het getal op zijn identiteitskaart en steeds meer om één andere vraag:
Wat kan ik vandaag nog doen waar ik gelukkig van word?
En precies daar kwam het overlijden van Margriet Hermans plots hard binnen.
Margriets dood maakte één angst opnieuw heel echt
Toen Margriet Hermans overleed, werd Hugo opnieuw geconfronteerd met iets wat hij sinds Nicole’s dood eigenlijk maar al te goed weet:
niemand heeft garanties.
Je kunt plannen maken.
Je kunt zeggen dat je iets volgend jaar doet.
Je kunt denken dat er nog tijd genoeg is.
En toch kan het leven plots stoppen.
Dat besef verwoordt Hugo bijzonder direct.
“Misschien kan het mij ook overkomen, dat het ineens gedaan is. Ik hoop van niet.”
Geen theatrale uitspraak.
Geen grote filosofische speech.
Gewoon een man van 78 die beseft dat hij al mensen verloor van wie hij dacht dat ze nog langer zouden blijven.
En die daarom anders naar morgen kijkt.
Maar dan komt de zin die alles verandert
Het opvallende is dat Hugo niet blijft hangen in angst.
Hij zegt niet dat hij bang is om ouder te worden.
Niet dat hij zich terugtrekt.
Niet dat hij zijn agenda leegmaakt.
Hij doet bijna het tegenovergestelde.
“Ik kijk nu voluit naar de toekomst en ik ga nog vanalles doen.”
Dat is misschien wel zijn echte boodschap.
De dood van Nicole maakte hem duidelijk hoeveel één persoon kan betekenen.
Het overlijden van Margriet herinnerde hem eraan hoe onverwacht alles kan stoppen.
Maar in plaats van zich daardoor kleiner te maken, wil Hugo juist groter leven.
Meer doen.
Meer genieten.
Niet wachten.
Geen “ooit” meer
Misschien is dat uiteindelijk de grootste verandering in Hugo.
Veel mensen leven alsof er altijd nog tijd komt.
Die reis?
Volgend jaar.
Die vriend bellen?
Volgende week.
Dat project?
Later.
Meer genieten?
Wanneer het wat rustiger wordt.
Maar iemand die meerdere keren zo dichtbij verlies stond, kijkt misschien anders naar dat woord “later”.
Hugo lijkt steeds minder geïnteresseerd in uitstellen.
Zolang hij gezond is, wil hij leven.
Niet alleen bestaan.
Zijn nieuwe thuis helpt daarbij
Zijn appartement in Antwerpen past perfect in dat nieuwe hoofdstuk.
Alles dichtbij.
Mensen rondom hem.
Gemakkelijk naar buiten.
Geen reden om dagenlang binnen te blijven.
Voor iemand die jarenlang bijna voortdurend samen was met Nicole, moet alleen wonen een enorme verandering zijn geweest.
Maar Hugo probeert die eenzaamheid niet de baas te worden door zich af te sluiten.
Hij zoekt juist beweging.
Contact.
Plannen.
Nieuwe ervaringen.
Alsof hij tegen zichzelf zegt:
Ik ben er nog. Dus ik wil er ook iets mee doen.
Nicole blijft onderdeel van alles wat nog komt
Dat betekent niet dat hij “over” Nicole heen is.
Misschien bestaat dat na zo’n lang huwelijk niet eens.
Hugo lijkt eerder geleerd te hebben om twee gevoelens tegelijk toe te laten.
Verdriet om wat voorbij is.
En enthousiasme om wat nog komt.
Hij kan thuiskomen en tegen Nicole zeggen: “Hi sjoeke, ik ben thuis.”
En de volgende ochtend opnieuw plannen maken voor zijn eigen toekomst.
Die twee dingen spreken elkaar niet tegen.
Ze bestaan naast elkaar.
Dat is misschien precies waarom zijn verhaal zoveel mensen raakt.
Het verlies van Margriet raakte een gevoelige snaar
Hugo weet inmiddels hoe snel iemand uit je leven kan verdwijnen.
Daarom raakte Margriets overlijden waarschijnlijk meer dan alleen als het overlijden van een collega.
Het riep opnieuw dezelfde fundamentele vraag op:
Hoeveel tijd heb ik zelf nog?
Niemand kent het antwoord.
Hugo ook niet.
Maar in plaats van het antwoord te proberen voorspellen, lijkt hij vooral te willen bepalen wat hij met de tijd doet die hij wél heeft.
Dat is een opmerkelijk verschil.
“Ik hoop van niet”
Er zit iets bijzonder menselijks in die woorden.
“Misschien kan het mij ook overkomen, dat het ineens gedaan is. Ik hoop van niet.”
Geen stoere houding.
Geen poging om te doen alsof sterfelijkheid hem niets zegt.
Hij hoopt gewoon dat hij nog tijd krijgt.
Tijd om te zingen.
Tijd om te acteren.
Tijd om mensen te ontmoeten.
Tijd om in Antwerpen rond te wandelen.
Tijd om nieuwe dingen te proberen.
Tijd om gewoon Hugo te zijn.
Na alles wat gebeurd is, lijkt dat voor hem waardevoller dan ooit.
Vlaanderen zag jarenlang “Nicole & Hugo”
Voor veel mensen is het waarschijnlijk nog altijd vreemd om Hugo zonder Nicole te zien.
De twee waren zo sterk met elkaar verbonden dat hun namen bijna één begrip werden.
Nicole & Hugo.
Samen op televisie.
Samen op het podium.
Samen in interviews.
Samen door het leven.
Toen Nicole wegviel, moest Hugo dus niet alleen leren leven zonder zijn vrouw.
Hij moest ook ontdekken wie “Hugo” alleen nog was.
Dat proces duurde jaren.
Misschien duurt het nog steeds.
Maar vandaag lijkt hij tenminste opnieuw te kunnen zeggen:
Ik heb een plek gevonden waar ik mij goed voel.
En die plek is niet alleen een appartement
Dat is misschien het meest hoopvolle detail.
Wanneer Hugo zegt dat hij opnieuw zijn plek heeft gevonden, gaat dat waarschijnlijk over meer dan Antwerpen.
Het gaat ook over zijn plaats in zijn eigen leven.
Niet langer uitsluitend “de man die Nicole verloor”.
Niet alleen de helft van een verdwenen duo.
Maar opnieuw iemand met toekomstplannen.
Een man die volgend jaar tachtig wordt en daar nauwelijks van wakker ligt.
Een artiest die nog dingen wil doen.
Een mens die beseft dat het leven eindig is en daarom beslist heeft het niet vroegtijdig stil te zetten.
Margriets overlijden bracht hem terug naar de essentie
We kunnen niet bepalen wanneer het leven eindigt.
Dat is de harde boodschap die Hugo inmiddels meer dan eens kreeg.
Maar we kunnen misschien wel bepalen wat we doen zolang het nog niet zover is.
En Hugo lijkt daar een verrassend eenvoudig antwoord op te hebben gevonden:
leven.
Niet morgen.
Niet ooit.
Nu.
Misschien is dat waarom zijn woorden na het overlijden van Margriet zo binnenkomen.
Hij probeert de dood niet mooier te maken.
Hij ontkent de angst niet.
Maar hij geeft die angst ook niet het laatste woord.
“Ik ga nog vanalles doen”
Misschien klinkt dat als een heel gewone zin.
Maar uitgesproken door een man die zijn levenspartner verloor en opnieuw geconfronteerd werd met het onverwachte overlijden van iemand uit zijn omgeving, krijgt hij een andere betekenis.
“Ik ga nog vanalles doen.”
Daar zit koppigheid in.
Hoop.
Levenslust.
Misschien zelfs een klein beetje verzet.
Alsof Hugo tegen alles wat hij verloren heeft zegt:
jullie hebben mij geleerd hoe kostbaar het leven is — en daarom ga ik het nu niet verspillen.
Een boodschap die veel groter wordt dan Hugo alleen
Misschien is dat uiteindelijk waarom zijn verhaal zoveel mensen raakt.
Niet iedereen heeft op dezelfde manier verloren als Hugo.
Niet iedereen staat volgend jaar voor zijn tachtigste verjaardag.
Maar vrijwel iedereen kent dat ene gevaarlijke idee:
ik doe het later wel.
Hugo heeft geleerd hoe onzeker “later” kan zijn.
Nicole heeft hem dat onvrijwillig geleerd.
Margriets overlijden herinnerde hem er opnieuw aan.
En daarom lijkt zijn boodschap vandaag eenvoudiger en duidelijker dan ooit:
Wacht niet tot alles perfect is.
Wacht niet tot je jonger bent.
Wacht niet tot je agenda leeg is.
Wacht niet tot “ooit”.
Want misschien komt “ooit” niet.
En toch blijft hij elke dag thuiskomen bij Nicole
Misschien zit de mooiste tegenstelling van zijn verhaal uiteindelijk hierin.
Hugo kijkt volop vooruit.
Maar wanneer hij thuiskomt, kijkt hij nog één keer achterom.
“Hi sjoeke, ik ben thuis.”
Vijf woorden.
Een leven lang herinneringen.
En daarna gaat de volgende dag gewoon weer verder.
Misschien is dat precies hoe rouw uiteindelijk verandert.
Niet vergeten.
Niet loslaten.
Maar leren lopen met iemand die niet meer naast je loopt.
En als Hugo één ding duidelijk maakt na alles wat hij heeft meegemaakt, dan is het dit:
zolang hij gezond is en nog een morgen krijgt, is hij niet van plan die morgen zomaar voorbij te laten gaan.
Want na Nicole, na Margriet en na alle pijnlijke herinneringen aan hoe plots het leven kan stoppen, heeft Hugo Sigal blijkbaar één keuze gemaakt:
hij wil niet wachten tot het leven hem voorbijloopt. Hij wil er nog middenin staan.



