Het vaste adres van Hugo Sigal nu hij weer in Antwerpen komt wonen: “Hier hebben ze de lekkerste carbonara”
AntwerpenHugo Sigal komt over een maand terug in zijn Antwerpen wonen, 55 jaar na zijn vertrek. Het is vooral thuiskomen, want hij kent hier elk plekje en heeft er zijn favoriete restaurants en cafeetjes. “Ik ben altijd een echte Antwerpenaar gebleven!”
Hugo (78) zwaait enthousiast als hij ons opmerkt aan het raam van restaurant Pasta-Hippo-Vino op de Oude Koornmarkt. Even later begroet hij ons hartelijk en merkt meteen op dat het de laatste keer is dat hij een uur in de auto moest zitten om iets te eten in Antwerpen. “Het is bijna gedaan met pendelen. Volgende keer kom ik gewoon naar hier gewandeld, vanaf mijn eigen plekje aan de Mechelsesteenweg”, glundert Hugo. Voor hij zijn koffers begint te pakken, blikt hij al even vooruit naar zijn nakende verhuis. “Ik overwoog eerst even om iets aan de kust te kopen. Maar mijn broer Paul praatte dat snel uit mijn hoofd, omdat ik dan zou moeten blijven pendelen. Ik liet het idee snel varen en de focus lag meteen op Antwerpen. Ik vond drie appartementen waarvan ik dacht dat ik er zou kunnen aarden. Het eerste had een prachtig uitzicht op het MAS, maar daar was nog veel werk aan, dat zag ik niet zitten. Het tweede was op de Mechelsesteenweg, in de buurt van het Harmoniepark. Maar dan moest ik elke keer de tram nemen om naar het centrum te rijden. In het derde stapte ik binnen en wist ik meteen: ‘dit is het’. Ik woon er nog niet eens en het voelt nu al zó goed.”
“In Antwerpen begon mijn carrière en hier zal ze ook eindigen, in de stad waar ik mij goed voel”
Hugo Sigal
Voor Hugo was het appartement liefde op het eerste gezicht. “Het ligt aan de Mechelsesteenweg, vlak tegen de Leien. Ik steek gewoon over en sta op de Vogeltjesmarkt. De theaters waar ik soms speel of graag kom, mijn favoriete restaurants: ze liggen allemaal op wandelafstand, beter kan niet. Het appartement is 246 vierkante meter groot, dus dat kan tellen. Ik kom uit een heel groot huis, ik heb ruimte nodig. Als ik in een appartement van 90 vierkante meter zou wonen, komen de muren op mij af. Ik heb een enorme living, een bar, twee slaapkamers, twee badkamers, een ruime dressing, een terras: alles erop en eraan.”
Het zal Hugo alvast geen moeite kosten om te aarden in ‘t Stad, want Antwerpen maakt een onverbrekelijk deel uit van zijn leven. “Ook al woonde ik 55 jaar heel graag met Nicole in Wemmel, ik ben altijd een Antwerpenaar gebleven. Ik ben geboren in Congo, maar we kwamen terug naar België toen ik twee was. Eerst woonden we in Oevel, waar mijn moeder vandaan kwam. Dan in de Krekelstraat in Hoboken, vervolgens een paar jaar op het Kiel, dan aan Don Bosco in Hoboken. En ten slotte op de Blancefloerlaan op Linkeroever, tot ik trouwde met Nicole. Ik woonde in Antwerpen en ging er naar school. Ik was zes toen ik al wist dat ik artiest wou worden. Mijn vader maakte deel uit van een cabaretgezelschap en toen ik voor het eerst met hem een liedje mocht zingen, wist ik meteen dat mijn toekomst op het podium lag. Ik zong in het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Hoboken en mijn eerste solo met Susa Nina zal me altijd dierbaar blijven. Ik ging naar het conservatorium en speelde in het KJT. Hier begon mijn carrière en hier zal ze ook eindigen, in de stad waar ik mij goed voel.”
“Ik zat soms te huilen toen ik al die kleding in zakken stak, want aan elk kledingstuk hangt wel een mooie herinnering. Maar ik moest afscheid kunnen nemen”
Volgende maand woont Hugo weer in Antwerpen en dat betekent dat het afscheid nemen al begonnen is. “De kasten in huis zitten propvol en ik kan die spullen niet allemaal meenemen. Daar afstand van doen is moeilijk, want het zijn allemaal herinneringen. Maar ik heb van mijn hart een steen gemaakt en ben beginnen op te ruimen. We hadden kasten vol met arrangementen, van onze hele carrière, dat heeft tienduizenden euro’s gekost. Ik heb hele pakken aan de deur gezet. De mannen van de papierophaling hadden er hun werk mee.”
Daarna zorgde Hugo ervoor dat Opwijk de chicste kringwinkel van België had. Zonder dat de klanten het wisten, konden ze collector’s items op de kop tikken. “Twintig zakken vol met kleding gingen naar de kringwinkel. Persoonlijke spullen, niet de kostuums die we droegen tijdens optredens. Er waren jassen bij die ik al jaren niet meer draag. Kleding van Nicole, die ze bijvoorbeeld droeg als er een gala-avond was op een cruise. Ik zat soms te huilen toen ik die kleding in zakken stak, want aan elk kledingstuk hangt wel een mooie herinnering (stil). Maar ik moest afscheid kunnen nemen. De kasten zijn nu leeg, op de eigen kleding na die ik meeneem naar Antwerpen.”
Ons gesprek stopt even voor een even onverwachte als aangename onderbreking. De ober komt met flessen wijn aanzetten. “Als de drukte in het restaurant dat toelaat, laten we graag onze klanten voorproeven en vergelijken”, verrast de ober. Hugo is meteen in zijn nopjes. “Dit vind ik echt heel tof, zoiets maak je niet vaak meer mee. Dit is nog echte gastvrijheid”, prijst Hugo, die ook benieuwd is naar de zaak met drie namen. Hij krijgt meteen de uitleg dat Pasta zich bevond in het hoekpand, Hippo was ooit een dancing en Vino een wijnbar. De panden zijn samengevoegd tot één zaak. Met op de eerste verdieping, waar wij zitten, stijlvolle muurschilderingen die voor een perfecte sfeer zorgen, en helemaal boven een ruimte met uitzicht op de toren van de kathedraal. Hugo heeft zijn keuze gemaakt en de eerste wijn wordt al geschonken, zodat die al wat zuurstof kan nemen. “Ik ben helemaal geen drinker maar ik kan wel genieten van een goed glas wijn”, aldus Hugo.
VOORGERECHT
Vitello tonnato: traaggegaard kalfsvlees met tonijnsaus en kappers
De keuze voor het voorgerecht was snel gemaakt. “Vitello tonnato is een echte favoriet van mij. Ik eet over het algemeen graag Italiaans. Als voorgerecht kies ik vaak vitello tonnato of carpaccio. Hier blijkt het alvast een goede keuze. Pas op: ik eet ook graag oesters en kaviaar. Maar dat is voor als ik me laat gaan”, grapt Hugo, die toch vooral houdt van de dagelijkse keuken. En zijn lievelingskost blijkt dezelfde als die van de gemiddelde Vlaming. “We trokken 25 jaar de wereld rond met cruises. In de goede tijd, toen we als artiest nog in dezelfde restaurants als de gasten aten. Nu eten de artiesten met het personeel. Terug thuis keken we altijd uit naar het gewone Vlaamse eten. Mijn favoriete gerecht is witloof in de oven. Daar ben ik gek op, en zeker zoals de moeder van Nicole het klaarmaakte. Ze bakte chipolata aan, legde de worstjes op het witloof, dan ging pas de hesp errond, daarna de kaas erover en zo ging het de oven in. Dat is echt heerlijk, je moet het ook eens proberen. Haar ajuinsoep was trouwens ook geweldig. Moeke was een heel goede kok.”
En hoe zat het met de kookkunsten van Nicole of Hugo? “Door haar zangcarrière moest Nicole thuis niet veel koken, op dat vlak werd ze een beetje verwend door haar ouders. Een chef was ze niet, maar ze leerde wel lekker koken. Ik weet nog altijd het eerste warm eten dat ze voor ons maakte na ons huwelijk: gebakken biefstuk met gekookte aardappelen en sla. Haar beste gerecht vond ik bloemkool met bechamelsaus, worstjes en aardappelen. Niet dat we vaak moesten koken, want we waren nu eenmaal veel weg. Nu ik alleen ben, kook ik nog altijd heel weinig. Ik geef les aan een paar mensen en zij vragen me geregeld om iets te komen eten. Wat er overblijft, krijg ik mee. Of ze koken een keer een extra portie mee voor mij. Vol-au-vent, stoofvlees: het zit allemaal in mijn diepvries, netjes in porties voor één persoon. Gelukkig maar, want ik ben niet zo’n goede kok.”
Voor iemand die zo graag eet, is het een weelde dat hij mensen in zijn omgeving heeft die ook op dat vlak voor hem zorgen. Zijn broer Paul en zijn echtgenote Sandra bijvoorbeeld, die Hugo’s rots in de branding waren na het overlijden van Nicole. Paul ging mee op zoek naar een appartement en ze hebben ook een wekelijkse afspraak. “De ene week eet ik bij hen, de andere week komen ze naar mij. Daar ben ik blij mee en San kookt echt uitstekend. Hun zoon Ben, het petekind van Nicole, heeft ook de smaak te pakken. Als kind was hij niet zo’n goede eter, maar nu blijkt hij zelf een goede kok. Zijn Mexicaanse gerechten zijn echt top.”
HOOFDGERECHT
Pasta carbonara: verse tagliatelle met gebakken spekreepjes, ui, selder, room en eigeel
Het hoofdgerecht wordt opgediend. Was Hugo tot nu een spraakwaterval, dan is het nu plots heel stil. Even later blijkt waarom. “Dit is de lekkerste carbonara die ik ooit gegeten heb! Ik meen het”, klinkt het overtuigd bij Hugo, die meteen de boodschap laat overbrengen aan de chef. Een straf compliment van een echte globetrotter. “Krokant gebakken spekjes, niet te veel room: dit is carbonara helemaal zoals het gerecht moet zijn. En de prijs-kwaliteitsverhouding zit hier ook echt goed.” Er komt opnieuw een door Hugo gekozen glas wijn bij. “Weet je dat ik eigenlijk liever een glaasje champagne drink dan wijn”, fluistert Hugo samenzweerderig, alsof hij zonet een staatsgeheim verklapt. Terwijl een glas bubbels zowat het handelsmerk was van Nicole en hem. “Oké, het is niet nieuw, ik geef het toe”, lacht Hugo, die nog eens vertelt over hun jaarlijkse trips naar Frankrijk, vanwaar ze terugkeerden met een koffer vol kratten champagne. “Al kan ik van wijn ook genieten. De laatste avond van Nicole waren we op restaurant. Ze was even schalks als altijd. Terwijl ik naar het toilet was, verving ze mijn glas wijn door water. Ze haalde graag zulke grapjes uit. Een paar uur later was ze er niet meer”, snikt Hugo. “Maar ook die laatste avond was fantastisch. We waren gelukkig tot het laatste moment.”
Terwijl Hugo zijn tranen droogt, verwijst hij naar de eerstvolgende keer dat hij ergens uit eten ging na het overlijden van Nicole. Dat was in Pasta-Hippo-Vino, op 1 december 2022, de dag dat ze hun huwelijksverjaardag hadden moeten vieren. Maar vier weken eerder overleed Nicole na een val op de trap. In plaats van samen te vieren, zat hij tegenover mij aan tafel. Het contrast met vandaag kan niet groter zijn. Nu praat hij honderduit, we lachen voortdurend, hij geniet van het eten en de wijn. Toen was hij een gebroken man die ineengedoken zat te treuren, maar er voor het eerst in vier weken toch in slaagde een bordje leeg te eten. “Mijn leven leek voorbij. Het was gedaan met mij (stilte).”
“Ook al mis ik Colleke nog elke dag, ik kan tóch weer van het leven genieten”
Hugo Sigal
Met de hulp van zijn omgeving, door veel te praten, en door opnieuw aan de slag te gaan, kwam Hugo er weer bovenop. “Het duurde lang eer ik terug de moed had om er weer in te vliegen. Ik heb sedertdien al zo veel mogen doen in het theater, speelde concerten en dankzij Janine Bischops speel ik in Familie. Zoveel mensen spreken mij nu aan als Marcelleke, dat personage laat bij de kijkers blijkbaar toch wel een positieve indruk na. Daarnaast heb ik ook nog andere plannen, maar het is nog iets te vroeg om daar al over te vertellen. Maar het is iets wat me heel nauw aan het hart ligt. Ik had het nooit gedacht toen ik hier de vorige keer met jou zat: ook al mis ik Colleke nog elke dag, ik kan tóch weer van het leven genieten.”
DESSERT Parfait: ijsdessert van mascarpone, witte chocolade, pecan- en pistachenoten, frambozen en karamel
Hugo dacht aan tarte tatin voor dessert, maar volgt mijn keuze voor de parfait. “Ik twijfelde omdat ik niet zo’n fan ben van mascarpone, maar dit is echt voortreffelijk. En dan is er ook nog die dessertwijn. Dit is zo heerlijk. Zodra ik hier woon, wordt dit een van mijn vaste adresjes.” Al heeft Hugo nog heel wat stekjes waar hij graag komt. “Met Nicole ging ik graag naar Horta, Den Antigoon en Ciro’s. We kwamen ook wel eens in Hilton of gingen iets drinken in Den Engel. Er zijn veel plaatsen waar ik naartoe kan. Nicole en ik kwamen liever naar Antwerpen dan naar Brussel, ook al woonden we daar dichterbij. Het zal goed doen om hier vanaf volgende maand te wonen en weer door de stad te lopen. Mijn cirkel is rond, de laatste jaren van mijn leven kan ik gelukkig zijn in Antwerpen!”